Jachthuis St. Hubertus

Status

Afgerond

Opdrachtgever

Rijksgebouwendienst (RGD)

Problematiek

Deel 1: Na vooronderzoek door ICN en TUE is gebleken dat het binnenklimaat niet optimaal is voor behoud van interieur en collectie. In deel 1 van het onderzoek is bekeken wat een andere regeling van de radiatorenverwarming bijdraagt aan het behoud. Deel 2: In deel 2 van het project wordt naar aanleiding van de geconstateerde vochtproblematiek in de toren van het Jachthuis onderzocht wat de oorzaken hiervan zijn en welke maatregelen getroffen kunnen worden voor herstel van de schade en ter voorkoming van verdere schade aan het monument.

Doel

Beide gedeelten van het project hebben optimaal behoud van monument, interieur en collectie tot doel.

Methodiek

Deel 1: De verwarmingsinstallatie is van grote invloed op de binnenluchtcondities en is voor een groot deel de oorzaak van de slechte binnenluchtcondities. Het effect wordt onderzocht van het aanpassen van de regeling hiervan, door inventarisatie van bouwfysica en installatie, modellering van gebouw en installatie m.b.v. simulatiesoftware in Matlab-omgeving en het pre-testen van cv-regelingen in laboratoriumsituatie. Tenslotte zijn enkele nieuwe verwarmingssystemen op locatie getest. Deel 2: In deel 2 is met behulp van CFD (Computational Fluid Dynamics) simulaties en een uitgebreide meetopstelling een uitvoerig wind- en slagregenonderzoek verricht dat inzicht geeft in de vochtbelasting van de gevels en in de relatie tussen deze vochtbelasting en de schade aan de binnenzijde van die gevels.

Resultaten

Deel 1: Metingen tonen aan, dat de binnenklimaatcondities aanzienlijk verbeteren wanneer hygrostatische verwarming wordt toegepast. Deel 2: Uit de analyse van de vochtschade volgt dat de meeste schade in de toren zich voordoet op plaatsen waar sprake is van gebrekkige detailleringen, zoals bij gevelopeningen en aan de binnenzijde van gevels onder balkons. Het onderzoek resulteert onder meer in een overzicht van alle waargenomen schadebeelden met daarbij mogelijke oorzaken en herstelmaatregelen.

Conclusies

Deel 1: Hygrostatisch verwarmen is geschikt voor collectiebehoud, maar in monumenten die ook gedurende het stookseizoen gebruikt worden, kan de luchttemperatuur te laag zijn om voldoende comfort te bieden aan de bezoekers. Deel 2: Omdat de slagregen naar binnen dringt op plaatsen met een gebrekkige detaillering is het essentieel om de detaillering van de scheidingsconstructies te verbeteren. Daarnaast wordt aangeraden om in verband met regendoorslag een restauratiepleister toe te passen in de toren die is toegerust op het vochttransport en die kristallisatie van zouten zonder schade kan ondergaan.

Links

http://www.hogeveluwe.nl/